In 1974 sukkelt Eindhoven nog wat. Bijna alles is
er nog zoals dat hoorde in een katholieke Brabantse arbeidersstad.
Hier en daar steekt af en toe iets de kop op wat ‘anders’zou kunnen
zijn. Andere ideeën, samenlevingsvormen, idealen.
In 1974 ontmoette ik in de brugklas jouw dochter
Martine. Op welke criteria wij kleine meisjes elkaar selecteerden
voor een beginnende vriendschap, daar kun je veel theorieën op
loslaten. Eén ervan is dat we intuïtief aanvoelden dat het bij ons
allebei thuis ‘anders’ was. Niet bepaald doorsnee en gezapig. Mijn
ouders stammen van een generatie vóór jou, behoudend en katholiek.
Maar een peleton studerende zussen en een broer stelden in hun
eerste volwassen jaren in Amsterdam gangbare normen en waarden ter
discussie. Zij brachten hun gedachtengoed en ervaringen mee naar
Eindhoven waar ik als jongste zusje, nog niet helemaal begrijpend,
maar ademloos met rode oren naar kon luisteren. Al die nieuwerwetste
ideeën werden niet ontkend en verboden, discussie was er volop. Toch
was er frictie her en der, dat kan ook niet anders.
Ook op de Kievitlaan was er altijd
reuring. Los van wat er verder allemaal speelde
was het duidelijk dat ook daar een nieuwe, onconventionele manier
van denken en leven zijn intrede had gedaan. Voor Carla deels tegen
wil en dank en onder protest in een aantal opzichten, met de nodige
emoties. Maar er werd gepraat, gedacht, becommentarieerd en er was
droge humor.
Onze moeders leverden ons zorg, onbegrip, onmacht en
pijn. Ik denk dat wij elkaar ook daarin herkenden. Ook omdat er, zonder dat wij ons daar bewust van waren,
overeenkomsten waren in de bron van het gedrag van onze moeders: het
schuiven van zekerheden, een wereld die veranderde en waarin vrouwen
vrijheid verwierven die zij nog maar mondjesmaat hadden kunnen
verzilveren. Maar wat er nog te bevechten viel:
daar gingen ze voor, onze beide moeders. Met energie en slagkracht –
niet altijd leuk voor kleine meisjes, maar terugkijkend
indrukwekkend vitaal.
En dan had Martine ook nog een vader. Het is niet
te reconstrueren wat ik toen al wist en wat ik nu pas weet – door
informatie, door ouder worden. In ieder geval heb
ik beelden van toen. Martine nam me mee naar de Lakerstraat. Volgens
mij woonde je er nog niet heel lang, was er pas verbouwd of was de
verbouwing nog gaande. Jij was niet thuis, en ik kreeg een
rondleiding. Het is merkwaardig hoe details beklijven. Martine hield
een verhandeling over de inrichting van de tuin, het (nog te
bouwen?) theeprieeltje, folly? achtkantig glas?, de kleur groen in
huis, de plannen met de serre, de nog niet ingerichte zolder en de
al wel bestaande slaapkamer. Ze mompelde ook nog iets over
vriendin(nen?) maar daarover ben ik de details vergeten. Ik vond het
reuze indrukwekkend. Volgens mij ben ik er daarna
nog hooguit één keer geweest. Jou heb ik in al die jaren ook niet
heel vaak gezien. Kan me nog wel herinneren dat we een keer zijn
gaan zeilen met zijn drieën bij Roermond.
Waarom dit nu zo uitgebreid? Omdat de manier waarop
zij mij door dat huis rondleidde, met oog voor detail en een
uitgebreide uitleg van alle overwegingen die ten grondslag lagen aan
alle keuzes; dat is nog altijd de Martine die ik ken. Het kan niet
anders dan dat al die wijsheden van toen haar ingefluisterd waren
door jou. Ze dacht erover na, en gaf het weer aan mij
door. De wijze van benadering van een vraagstuk –
in dit geval een huis – is onlosmakelijk met Martines way of life
verbonden. Inmiddels zijn we meer dan dertig jaar verder. We zijn
volwassen geworden. Maar er is niet wezenlijk wat veranderd. Zoals
ze toen – in jouw geest – reproduceerde wat jij haar vertelde over
een huis, zo is ze zelf een eindeloze onderzoekster geworden met
verhalen over van alles en nog wat. Wij hebben eindeloze gesprekken,
en het wil raar lopen als Martine er niet het theoretisch kader
bijlevert, inclusief literatuurlijst. En ik, ik ben dan misschien
wel slim, maar ben in intellectueel opzicht een beetje lui. Ik laat
het graag samengevat tot me komen, sla op, verwerk en denk erover
na, maar zal nooit het enthousiasme en de energie opbrengen om me
als Martine te willen verdiepen in een onderwerp. Wij hebben dus een
hele fijne rolverdeling, waarbij ik niet het voorwerk verricht maar
wel de vruchten pluk en me kan verrijken. (Wat
mijn rol in het geheel is – in het kader van de wederkerigheid in
vriendschap – mag zij toelichten.)
Zo dochter, zo vader. Dat dacht ik iedere keer als
ik werkte aan de redactie van je boek. Het was leuk om de verhalen
te lezen. Ik vond het ook ontzettend leuk om op
deze manier kennis te maken met dat andere deel van de oorsprong van
Martine, dat deel wat ik alleen uit verhalen ken. Een en al
herkenning. Niet alleen in de onderwerpkeuze, vooral ook in de
benadering en uitwerking. Stel ik een vraag over een woord, krijg ik
een encyclopedisch antwoord terug. Een geschiedenisles, een
verwijzing naar een gedicht waarin dát woord toch echt in díe
betekenis gebruikt wordt etcetera. Die mailtjes waren steeds weer
een feest om te lezen.
Ik ben onder de indruk van je intensiteit
van leven, onderzoeken en denken.
Tachtig!
Gefeliciteerd,
Ellen Schepers