|
!! Er zijn nieuwe Reisbrieven, 11 februari: Kies NLs of Spaans
Iquique (Chili), Woensdag, 22 Februari 2012
Ziezo, dat is achter de rug. Ik was twaalf dagen 'tussendoor' bezig met een kuur die een natuurarts mij had aangeraden vóór mijn vertrek. Het draait nog steeds om het herstel van mijn uithoudingsvermogen en de onverklaarbare moeheidsaanvallen die ik van 'het ongeval' heb overgehouden. Er zijn verschillende hypothesen, dus ook verschillende behandelingen. Dit was de homeopathische aanpak, en ik had ermee gewacht tot ik hier was geacclimatiseerd. Zorgvuldig nietwaar?
Het effect was een ontembare diarree en nóg meer uitputtingsverschijnselen. Stop!!
Na vijf dagen toch getemd... lijkt het. Wat nu?
Gewoon de draad van het pensioenboek weer oppakken. Wat anders? (100 woorden)
Iquique (Chili), Dinsdag, 21 Februari 2012, 21022012, mooi he?
Inderdaad, de beschouwingen over Joachim Gauck als Bundespresident zijn niet van de lucht. En vergelijkingen met Angela Merkel. Allebei protestant, allebei Ostdeutsche, bijvoorbeeld, maar hoe verschillend, luidt het commentaar.
Merkel zou meer de gedetailleerde regeerder en samensmedende politica zijn, en Gauck meer de 'staatsfilosoof'. Maar hij is ook praktisch. Als hem gevraagd wordt wat hij denkt van 'systeemkritische denkers' die de sleutel in handen denken te hebben voor een totaal nieuwe maatschappij, vindt hij dat ze beter kunnen gaan dichten of schilderen:
--"Schreibe lieber Lieder oder male Bilder".
Politiek, vindt hij, moet je bedrijven met wat aanwezig is. (100 woorden)
Iquique (Chili), Maandag, 20 Februari 2012, Ghislaine jarig!
Ik heb vanmorgen bijna ademloos een interview van Oktober 2010 met de nieuwe Bundespresident Joachim Gauck gelezen. Die Sueddeutsche haalde daarvoor hun eigen interview uit de kast dat ze een paar maanden na de verkiezing van Christian Wulff met hem hadden. Gauck is dan 70, en heeft tegen Wulff verloren. De kans dat hij bij de
volgende ronde alsnog president wordt, schat hij op 'nihil'. Het is daarom een open en ontspannen gesprek, met veel genuanceerde ideeën over 'de' politiek die je van een actieve politicus niet zult horen. Misschien is het dát.
Gauck verloor in Juni 2010 op het nippertje van Wulff die deze week eindelijk aftrad wegens persoonlijke schandalen. Gisteren is Gauck bijna unaniem kandidaat gesteld. Hij zal de komende dagen wel behoorlijk in het nieuws komen. Let maar op, en lees, als je Duits voldoende is, dat prachtige interview van ongeveer 4000 woorden.
Ik kies een paar citaten die mij opvielen:
Vraag: "Leven we in Duitsland in een 'Mediokratie'?"
Gauck: "We hebben een zeer lange traditie om de politieke en economische macht te kritiseren. Zo'n traditie in de omgang met de media hebben we niet. Er is weliswaar mediakritiek, maar te weinig. De mensen doorzien de mediamacht minder dan de economische en politieke macht. Wat mij aan de mediamacht niet bevalt is dat een groot deel daarvan door angst wordt beheerst. Ik ben allergisch voor politiek die zijn dynamiek ontleent aan het bespelen van de angst van de mensen".
Daarna gaat het over het kapen van de begrippen 'Heimat', 'Nation', en over 'Stolz ein Deutscher zu sein' door de rechtse extremisten. Speciaal Oostduitsers hebben moeite met trots te zijn op Duitsland. Ze zijn opgegroeid met een negatief nationaal gevoel. Hoe kun je dan toch een 'goede burger' zijn?
Gauck: "Als je van goede burger spreekt: In het communisme kan hij zich niet ontplooien, en in het kapitalisme ergert hij zich aan het materialisme.
Ik zie in dat ik met deze beperkte citaten geen beeld van Gauck kan schetsen. Hij zal dezer dagen wel veel in het nieuws komen, maar dan metéén in de schijnwerpers van zijn nieuwe politieke verantwoordelijkheid. Het is daarom goed als tegenwicht dit ontspannen en eerlijke interview te lezen. Mogelijk vertalen NLse kranten het. Gauck toont zich een buitengewoon deskundige waarnemer van 'de' politiek. Dat alléén al maakt het de moeite waard. Hij rekende er toen echt niet meer op hoge politieke verantwoordelijkheid te dragen. Die 'voorwaarde' bestaat niet meer.
_______________________________
Interview: Oliver Das Gupta und Thorsten Denkler, Gauck-Gespräch von 2010, "Die Leute müssen aus der Hängematte aufstehen", Die Sueddeutsche, 19.02.2012
http://www.sueddeutsche.de/politik/gauck-gespraech-von-die-leute-muessen-aus-der-haengematte-aufstehen-1.1288292
Iquique (Chili), Zondag, 19 Februari 2012
Als het Zondag is, heb ik vaak van die atavistische gevoelens dat ik 'iets bijzonders' wil doen: 'Anders' dan de rest van de week. Het ritme van de oude werkweek zou wat beter in stand zijn gehouden als ik sedentair was gebleven; meer ingebed in een sociaal netwerk. Zo is het niet gelopen, maar toch honoreer ik die 'atavistische' gevoelens vaak met diverse rituelen. Ik realiseerde mij dezer dagen bovendien dat ik binnenkort achttien jaar als nomade leef [vanaf 1994, toen ik '65' werd], maar ook dat ik precies achttien jaar [vanaf 1976] hoogleraar was, mijn laatste 'job'.
Dit weekend had ik die 'atavistische' behoefte extra. Ik weet niet waarom. Mogelijk omdat ik heel gestadig heb gewerkt aan mijn pensioenboek. Ook mijn columns had ik daaraan ondergeschikt gemaakt. Andere weken vlinder ik iedere dag naar een ander onderwerp. Misschien is het dat.
Maar hoe dan ook, een gedicht van Ezra Pound kruiste mijn pad en het viel mij op. Het roept de sfeer op van reciteren en van zingen van eindeloze teksten terwijl je een dikke streep zet onder de week die voorbij is. En óók nog niet denkt aan de volgende. Echt een pauze. Dit gedicht kreeg ik gisteren van A Poem A Day:
Come my cantilations,
Let us dump our hatreds into one bunch and be done with them,
Hot sun, clear water, fresh wind,
Let me be free of pavements,
Let me be free of the printers.
Let come beautiful people
Wearing raw silk of good colour,
Let come the graceful speakers,
Let come the ready of wit,
Let come the gay of manner, the insolent and the exulting.
We speak of burnished lakes,
And of dry air, as clear as metal.
___________________________
http://www.poemflow.com/1388 en http://www.poemflow.com/1388#
Iquique (Chili), Zaterdag, 18 Februari 2012
In het begin van deze week, Maandag, schreef ik:
--"Als gepensioneerde moet je dus allereerst op een riskante expeditie: Op zoek naar 'zin'. Dat is niet gemakkelijk, vandaar de uitspraak van Mae West: Listen young man, aging is not for cowards."
Wat is er mooier dat de week te eindigen met een gedicht van T. S. Eliot waarnaar ik gisteren, op twee verschillende plaatsen, een verwijzing vond:
"Old men ought to be explorers.
Here and there does not matter
We must be still, and still moving
Into another intensity,
For further union, a deeper communion...
In my end is my beginning".
Dit is het fragment dat Sir George Trevelyan koos uit een ellenlang gedicht van Eliot. Ik wist dat Sir George bezig was geweest met 'retirement', en hij citeert dit fragment dan ook in een lezing die hij hield voor
de Wrekin Trust onder de titel Retirement and Old Age. Ik leerde Sir George kennen via een goede kennis en vakgenoot, Ted Mattchet, een specialist op het gebied van 'creative problem solving' die samen met hem een boekje schreef: Twelve Seats Around The Table. Hierin worden de eigenschappen van de twaalf ridders rond Koning Arthur gebruikt als model voor de stappen die nodig zijn om als groep [creatief] problemen op te lossen. Dat klinkt fantastisch, maar het was een samenwerking tussen Sir George, die zich vooral liet inspireren door spirituele en holistische dimensies, maar toch begrip had voor het zakelijke, en Ted, de nuchtere ingenieur-bedrijfsadviseur met veel begrip
voor het spirituele en het holistische. Het boekje is niet meer in de handel, maar Ghislaine en ik bewaren zorgvuldig een kopie van de belangrijkste hoofdstukken. Ik was daarom nieuwsgierig naar wat Sir George over 'retirement' had gezegd.
De andere verwijzing naar het gedicht van Eliot kwam toen ik het werk van Frits de Lange natrok waarover ik eergisteren schreef. Hij schreef over het zwitserlevengevoel en zei 'Oud worden is een hele klus'. Op zijn blog mengt hij zich ook in de NVVE discussie over 'Voltooid Leven' en schrijft:
--"Wat is de zin van een hoge ouderdom? Waarvoor komt iemand 's ochtends het bed uit, wat houdt hem of haar overeind? Niemand kan die vraag voor een ander beantwoorden. [...] Het dagelijkse huiswerk voor een zinnige ouderdom bestaat uit het vinden van manieren om daarbij het verval te slim af te zijn. [...] We hebben misschien eerder scholing nodig in de levenskunst van negentigplussers dan een debat over hun doodswens. [...] 'Old men ought to be explorers', dichtte T.S. Eliot."
En zo kwam ik wéér bij Eliot.
___________________________
Retirement and Old Age: http://www.sirgeorgetrevelyan.org.uk/tht-retirement.html
Gedicht T. S. Eliot, East Coker, from The Four Quartets: http://oedipa.tripod.com/eliot-2.html
"Wat is de zin van een hoge ouderdom?": http://fritsdelange.wordpress.com/2010/02/
"Oud worden is een hele klus":
http://fritsdelange.wordpress.com/2008/03/02/verschenen-de-armoede-van-het-zwitserlevengevoel-pleidooi-voor-beter-oud-worden/
NVVE, Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde: http://www.nvve.nl/
Iquique (Chili), Vrijdag, 17 Februari 2012
In Ñ, de wekelijkse literaire bijlage van de Argentijnse topkrant Clarín, die hier ook verkrijgbaar is, trof ik in een rubriek met losse citaten van Michel Houellebecq er eentje dat mooi past in mijn pensioenboek. Ik heb het daarom zorgvuldig vertaald.
Gelukkig vond ik ook de Franse versie. Het is uit Les particules élémentaires dat ik ooit heb gelezen, maar ik herinner mij die passage natuurlijk niet uit die tijd. Daar was Google goed voor. Met een benaderende
vertaling in het Frans, had ik het meteen.
Wat mij frappeert in de tekst is de duidelijke accentuering van het verschil in de beleving van de ouderdom door mannen en vrouwen. Blijkens het [iets langere] Franse citaat vindt Houellebecq dat oude vrouwen nooit meer bemind zullen worden, maar dat zal liggen aan de nauwe opvatting van Houellebecq over 'beminnen'.
Toevallig stuurde Patrick mij dezer dagen een 'Masterthese' op het gebied van de sociale gerontologie waarin zowel mannen als vrouwen apart worden geïnterviewd over hun beleving van de ouderdom. Ik ben benieuwd. Trouwens ook over mijn 'nadenkertje' van gisteren en eergisteren, want in diezelfde 'Masterthese' worden ook laag- en hooggeschoolden apart geïnterviewd. Om op terug te komen!
Maar nu eerst Houellebecq in het Argentijns:
Los hombres que envejecen solos son mucho menos dignos de compasión que las mujeres en la misma situación. Elles beben vino malo, se quedan dormidos, les apesta el aliento; se despiertan y empiezan otra vez; y
se mueren bastante deprisa. Las mujeres toman calmantes, hacen yoga, van a ver un psicólogo; viven muchos años y sufren mucho. Tienen el cuerpo débil y estropeado; lo sabe y sufren mucho. Pero siguen adelante, porque no logran renunciar a ser amadas.
Mijn vertaling:
Mannen die in eenzaamheid ouder worden zijn veel minder beklagenswaardig als vrouwen in dezelfde situatie. Zij drinken slechte wijn, blijven in bed liggen, en stinken uit de mond; als ze wakker worden gaan ze zo verder; ze sterven nogal vlug. Vrouwen nemen kalmerende middelen, doen aan yoga, gaan naar een psycholoog; leven langer en lijden veel. Hun lijf is zwak en afgeleefd; dat weten ze en lijden daar aan. Maar ze gaan door, want bemind te worden kunnen ze niet loslaten.
De Franse tekst vervolgt daarna met:
Jusqu'au bout, elles sont victimes de cette illusion. A partir d'un certain âge, une femme a toujours la possibilité de se frotter contre des bites; mais elle n'a plus jamais la possibilité d'être aimée. Les hommes sont ainsi, voilà tout.
Heel Houellebecqiaans om er deze cynische draai aan te geven. Maar een belangrijke observatie blijft het.
_____________________
Het citaat van Houellebecg: http://www.babelio.com/auteur/Michel-Houellebecq/2180/citations?pageN=4
Jan Willem van de Maat, Maatschappelijke participatie in de derde levensfase, Juli 2008
Masterthese Vrije Universiteit Sociaal- Culturele Wetenschappen, Sociale gerontologie
http://www.movisie.nl/onderwerpen/medewerkers/BDBinDoc.pdf
Iquique (Chili), Donderdag, 16 Februari 2012
Ik kom toe aan de laatste
artikelen van het boek De kunst van het ouder worden. Dit, het voorlaatste, is van Frits de Lange, en heet 'De laatste generatie. Babyboomers en de horizontale samenleving'. Ik knipperde met mijn ogen bij de eerste bladzijden, bij de hele eerste helft zelfs. Hier was een prototypische babyboomer aan het woord die beantwoordde aan alle karikaturale vooroordelen die ik daarover had, en hij deed er nog een schepje bovenop! De babyboomer is verwekt door zijn ouders, en heeft zich daarna al zelf-werkelijkend uitgevonden. Nog sterker, hij heeft de zelf-verwerkelijking
uitgevonden. Ouders en grootouders vertegenwoordigen alles wat hij in zijn jeugd afwees, en hoe hij 'niet' wil leven. Zo ongeveer definieert De Lange de horizontale samenleving zoals die door de babyboomers is ontstaan.
Ze zijn een breuk in de geschiedenis; niet zomaar een incident dat de wereld zal kunnen vergeten als de babyboomers zijn uitgestorven. Ze zijn voorboden van een ander type samenleving, waarin generaties zichzelf genoeg zijn. Waarom zouden ze perse een verticale en historische keten willen vormen nu elke generatie goed voor zijn tijdgenoten kan zorgen? Uit een marktonderzoek blijkt dat driekwart van de groep vijftig- tot vijfenzestigjarigen hun geld gaat opsnoepen om van het goede leven te genieten. In Amerika heet dat SKI-generation, Spending the Kids Inheritance.
De voorafgaande maatschappij, die wèl de relatie tussen de generaties respecteerde, wordt door De Lange ook nogal karikaturaal geschilderd als was die hoogburgerlijk en 19e eeuws: "Een huwelijk was een verticale verbintenis, het werd niet aangegaan uit liefde of hartstocht, maar om door middel van nakomelingschap de toekomst van het familiekapitaal veilig te stellen". Nogal elitair, zeker in de 20ste eeuw.
Nadat De Lange nog eens heeft gesteld dat terugkeer naar het oude niet mogelijk is, komt hij met drie ontwikkelingen die het intergenerationeel besef weer kunnen doen herleven. Allereerst de noodzakelijke zorg voor het uitgeputte milieu. Vervolgens zal deze generatie, die is opgegroeid met het idee dat ze zichzelf uit het niets hebben moeten scheppen, tot de ontdekking komen dat ze zijn ingeweven in een weefsel van onmiskenbare en onontkoombare familieverhoudingen waarbij begrippen als loyaliteit en rechtvaardigheid aan de orde komen. Het geven en nemen is niet meer 'kapitalistisch contractueel': 'ik geef opdat jij aan mij geeft', maar: 'ik geef omdat aan mij is gegeven'.
Tenslotte wijst De Lange op een heel nieuwe dimensie van de explosief verlengde derde leeftijd. Die lange levensduur leidt ertoe dat kinderen nog heel bewust drie of vier grootouders langdurig meemaken, terwijl ze vroeger overleden als ze het eerste kleinkind even op schoot hadden gehad. Met het dalende geboortecijfer zijn er over niet al te lange
tijd 'méér grootouders per kleinkind dan kleinkinderen per grootouder'. De extended family kan weer ontstaan, het samenlevingsverband van meer dan twee generaties. Reisafstanden zijn niet problematisch met de moderne elektronica, en de vitale grootouders kunnen betrokken worden bij de volwassenwording. Tel uit je winst!!
Prachtige toekomstdroom in de hoogburgerlijke traditie. Ik blijf sceptisch. Ik moet mijn nadenkertje van gisteren, over de kloof tussen de laag- en hoogopgeleiden met twintig jaar verschil in gezonde levensverwachting, er eens naast leggen. Ik kom er op terug.
Iquique (Chili), Woensdag, 15 Februari 2012
Jan Baars, een van de redacteuren van het boek, De kunst van het ouder worden, dat een bloemlezing van filosofische teksten is over ouderdom 'en zo', heeft ook zelf een artikel geschreven. Dat is een heel nuttig artikel, want het richt zich allereerst op de begrippen in de --soms verhitte-- discussie over het onderwerp en aanpalende onderwerpen.
Die discussie is inderdaad vaak verhit, want het gaat op dit moment om het controversiële verhogen van de pensioenleeftijd, en over dóórwerken na je 65ste, want 'economisch kan het niet meer'. De discussie was bovendien al eeuwenlang 'verward', want er rustten --en rusten nog-- taboes op. Het hele onderwerp is belast met vooroordelen met diepe psychologische wortels. 'Men' wilde --en wil nog-- niets weten van de 'pijnlijke fase' van zwak en ziekelijk worden, en doodgaan. Dat leidde ertoe dat in historische tijden 'de oude' òf op een voetstuk werd geplaatst als 'wijs, magisch of heilig', òf naar het afval werd verwezen. In elk geval 'niet-normaal'. Hooguit object van liefdadigheid, of uitlaatklep voor schuldgevoelens. Vandaar die stereotypen.
Baars, die in 2006 een boek publiceerde onder de titel Het nieuwe ouder worden, probeert een gezonde maatschappelijke discussie op gang te brengen, en dat begint met het opschonen van begrippen. De rode lijn in zijn betoog is dat de chronologische ouderdom niets zegt over het wezenlijke probleem, eerder misleidend werkt.
Terloops wijst hij op een blinde vlek als gevolg daarvan:
--"Er is te weinig aandacht voor het gegeven dat ouderen niet altijd met kwalen bezig zijn, of aan het overwinteren [...] dat velen van hen tot op hoge leeftijd gezond blijven en zelfs het leven van degenen die wel met gezondheidsproblemen worden geconfronteerd meer omvat dan hun kwalen".
De 'economische belangstelling' beperkt zich echter tot 'medicalisering en consumentisme'. Begrijpelijk, want dáár kan aan worden verdiend. Het aanpraten van kwalen en daarbij medicamenten uitvinden, dat elders disease mongering heet, viert hier hoogtij.
En voor gezonde ouderen is er maar één weg: de amusementsindustrie. Bingo!
Dat laatste zit diep. In Trouw las ik kortgeleden een stukje onder de titel: 'Ga toch lekker zelf naar die bingomiddag'. Die uitspraak kwam van de huispsychiater van een oude-mensenhuis toen een gezonde en intelligente, maar niet meer zo mobiele, bejaarde zich beklaagde dat dat hij er geen gelijkgestemden kon vinden. 'Waarom gaat u daar
zelf niet naartoe?', was diens snedige reactie. Dat legde haarscherp het vooroordeel bloot. Hij, de psychiater, ongetwijfeld onder de 65, kon bingo niet als amusement waarderen, maar 'de oude man' tegenover hem moest het opeens 'normaal' vinden: De 'enige' oplossing!
Baars noemt nogal wat voorbeelden van de 'ongeldige' relatie tussen leeftijd en ouderdomsverschijnselen. Wat te denken, bijvoorbeeld, van de CBS publicatie uit 2008 die voor de laagst opgeleide mannen een gezonde levensverwachting berekende van 50,2 jaar, en voor hoogopgeleide mannen 69 jaar. Bijna twintig jaar verschil! Dat zette mij aan het denken. Hoe verklaar je dat? En kun je dan nog met goed fatsoen de AOW leeftijd een paar tandjes omhoog duwen? Voor iedereen!
_________________________________
Fleur de Weerd,'Ga toch lekker zelf naar die bingomiddag', Trouw, 03/01/12
http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/3103543/2012/01/03/Ga-toch-lekker-zelf-naar-die-bingomiddag.dhtml
Iquique (Chili), Dinsdag, 14 Februari 2012, Leny jarig!
In het boek, De kunst van het ouder worden, dat ik nu bestudeer, valt het op dat de oudere filosofen het leven indelen in 'natuurlijke' fasen waaraan het individu moet voldoen om als 'normaal' te worden beschouwd. Ongeveer met Montaigne komt daar verandering in, en ook het protestantisme bracht individualisering van het verloop. De 'persoonlijke verlossing' werd bereikt als het individu het lichaam en de wil onder controle bracht, gesteund door zelfonderzoek, arbeid en devotie. Volgens de historicus Thomas Cole in zijn studie The Journey of Life, moeten we daar de wortels zoeken van de moderne carrièreman, of de 'career self', zoals Margaret
Urban Walker het noemt in haar artikel Getting out of line: Alternatives to Life As a Career.
Walker beschrijft allereerst de bekende feministische maatschappijanalyse die wijst op het ideaal van de moderne carrièreman die fit, energiek, en productief wil zijn, en voor zichzelf een koers uitzet. Daaraan moeten anderen bijdragen, met name zijn vrouw.
Hoewel dat model op vele manieren niet klopt, is het toch de sociale norm die mensen aanmoedigt --zo niet dwingt-- zich aan te passen aan de basisstructuren van een bepaald soort economisch en sociaal leven. Dat is ook de kern van het requisitoir van Simone de Beauvoir dat ik gisteren aanhaalde. Het leidt tot zinloosheid als 'het pensioen' eenmaal is bereikt. Walker zoekt naar alternatieven.
Ze komt terecht bij Barbara Myerhoff, een antropologe die mensen interviewde over hun levensverhaal. Zij noemt het carrièremodel 'horizontale integratie', de gerichte levensstroom van één individu. Dat kan tot maatschappelijke erkenning èn zinvol leven leiden. [Tot aan het 'pensioen'!] Zij stelt daarnaast 'verticale integratie'. Daar gaat het om tijdloze transcendentie. Die is blijvend. Die verdwijnt niet. Met name voor ouderen kan dit ook een 'zinvol leven' betekenen. Zij wijst op empirische gegevens dat mensen na hun vijftigste, en met name vrouwen, vaker geneigd zijn deel te nemen aan religieuze, spirituele, meditatieve, occulte of holistische praktijken. Het zou de moeite waard zijn, betoogt ze, om niet te hardnekkig vast te houden aan de gebruikelijke theoretische verwaarlozing en filosofische minachting van deze bronnen van zingeving.
Walker, verder zoekend naar alternatieven, schuift een andere zinvolle levensintegratie naar voren. Zij noemt die 'laterale levensintegratie' waarin plaats is voor verschillende, al of niet 'wereldse' vormen van betrokkenheid en verbondenheid. In plaats van het lineaire totaalbeeld van één levenscarrière, is hier plaats voor een veelheid van stadia waarin we betrokken waren bij een relatie, een gezin, of een creatief proces. Maar ook tegenslagen of
mislukkingen, krijgen zo betekenis. Het hoeft geen rechte lijn op te leveren. Het is meer een reis met plekken waar we stilhouden. En vooral, met dit beeld van een levenscarrière, kun je na je pensioen doorgaan. Het leven is voortdurend zinvol, ook zonder een uiteindelijk niet te realiseren eis tot presteren of 'vooruitgang'. Het sluit aan bij Montaigne met zijn essays over de vele 'vluchtige' facetten van het leven.
______________________________
Margaret Urban Walker, Getting out of line: Alternatives to Life As a Career, Uit: Margaret Urban Walker [red] Mother Time: Women, Aging and Ethics, vijftien essays. http://books.google.cl/books?id=HzuuAMoPeSQC&pg
Margaret Urban Walker, Uit het gelid: Alternatieven voor het leven als carrière, uit Dohmen en Baars [zie 31 januari 2012].
Ik volgde hierboven 'hink-stap-sprong' het artikel van Walker in de vertaling van Dohmen en Baars, en het oorspronkelijke op Google books. Beide zijn echter onvolledig zodat ik het boek heb besteld.
Iquique (Chili), Maandag, 13 Februari 2012
In het oude-liedenhuis in Geraldton in West Australië had ik mij afgevraagd:
--"Hoe is het toch mogelijk dat mensen zo zelfdestructief bezig zijn?"
Uit gesprekken bleek mij dat ze hun hele leven hard hadden gewerkt, en de onredelijke eisen van die omgeving hadden getrotseerd, of zelfs 'normaal' waren gaan vinden.
--"Maar nu is het afgelopen", hadden ze kennelijk gezegd: "Ik ben oud, dus hoef ik niets meer". Ze hadden er een forse 'kater' aan overgehouden. Met de grootste moeite konden de verpleegsters hun bewegen tot een dagelijks wandelingetje.
Nu lees ik in La Vieillesse van Simone de Beauvoir als conclusie:
--"Als de gepensioneerde vertwijfeld raakt door de zinloosheid van zijn leven, dan komt dit omdat de zin van zijn bestaan hem zijn leven lang werd ontstolen. [...] Dat is de misdaad van onze samenleving. Haar 'bejaardenbeleid' is een schandaal. Maar schandelijker nog is de manier waarop zij de meeste mensen behandelt als ze jong en volwassen zijn: dan prefabriceert zij het verminkte en miserabele leven dat hun lot wordt als ze oud zijn".
Dat is het requisitoir van Beauvoir tegen de maatschappij; niet tegen de mensen die ik beschuldigde van te ver gaande laksheid: "Slow motion suicide", noemde ik het al.
Nu ben ik altijd sceptisch als ik zie dat 'De Schuld' bij 'De Maatschappij' wordt gelegd, want dat legt het buiten het bereik van je vermogens, en buiten het bereik van je verantwoordelijkheid. Ik zoek liever een probleemformulering met kansen op een eigen weg, een eigen oplossing, zonder de structurele verandering uit het oog te verliezen.
Gelukkig herinnerde ik mij het citaat van Beauvoir een pagina eerder:
--"Om de voorkomen dat de ouderdom een lachwekkende parodie wordt op ons voorgaande leven, bestaat er maar één mogelijkheid, een doel blijven nastreven dat zin geeft aan ons leven: zich inzetten voor mensen, groepen van
mensen, een actie, sociaal, politiek, intellectueel, scheppend werk. [...] Ons leven behoudt zijn waarde, zolang we door liefde, vriendschap, verontwaardiging en medelijden waarde toekennen aan het leven van anderen. Dan houden we redenen om te praten en te doen".
Kortom door zin de geven aan het leven, helaas iets wat we nooit hebben geleerd. Als gepensioneerde moet je dus allereerst op een riskante expeditie: Op zoek naar 'zin'.
Dat is niet gemakkelijk, vandaar de uitspraak van Mae West: 'Listen young man, aging is not for cowards'. Dat heeft intussen al tot twee Duitse boeken geleid die het in hun titel gebruiken: Altwerden ist nichts für
Feiglinge en Älterwerden ist nichts für Feiglinge.
We krijgen dus heel andere oude-liedenhuizen. In plaats van passieve verzorging moeten het actiecentra worden. Mooi dat dit precies komt nu de Babyboomers op het punt staan die 'tehuizen' te bevolken. We kunnen nog wat meemaken!!
_______________________________
Mijn Dagboek, Geraldton, RSL-Village, Witte Donderdag 5 April 2007
Joachim Fuchsberger: Altwerden ist nichts für Feiglinge,
http://www.amazon.de/Altwerden-ist-nichts-für-Feiglinge/dp/3579067605#reader_3579067605
Elisabeth Lange, Älterwerden ist nichts für Feiglinge: Jung, schön und gesund bleiben- alles was man wissen muß
http://www.amazon.de/Älterwerden-ist-nichts-für-Feiglinge/dp/3822506680 [verschijnt binnenkort]
Fritz Von Rumler, ALTER, Nichts für Feiglinge, Column in Der Spiegel, 20.09.1999, voor de verwijzing naar Mae West.
http://www.spiegel.de/spiegel/print/d-14799621.html
Het hele themanummer: http://www.spiegel.de/spiegel/print/index-1999-38.html
De vertaling van de citaten van Beauvoir komen uit: Dohmen en Baars. Zie Mijn Dagboek 31 januari 2012.
Iquique (Chili), Zondag, 12 Februari 2012
De laatste verkiezingsberichten, althans de pogingen van de conservatieve partij om een kandidaat naar voren de schuiven, laten zien dat Mitt Romney hoge ogen gooit, maar ook dat hij geen 'charisma' heeft. Daarover schrijft Frank Bruni onder de titel The Front-Runner's Missing Magic. Dat hij persoonlijk zo rijk is, en dat allemaal zelf heeft verdiend, en niet geërfd, pleit in sommige groepen voor hem.
Maar daar gaat het niet om vindt Bruni. Als je het vergelijkt met het vertrouwen en het charisma dat andere presidenten genoten, is hij nergens: --"Almost all of the presidents elected over recent decades have been propelled by pockets of intense enthusiasm ... "
De tegenstellingen rond Obama waren 'spannend'. Daar zat 'muziek' in. Hij was mogelijk de eerste zwarte president. Ondanks de harde raciale tegenstellingen was dat hoopvol: Eindelijk zou Amerika 'groeien' naar raciale volwassenheid, en zijn benepen raciale verleden kunnen loslaten.
[Dat dit op een eigenaardige manier werkelijkheid wordt, bleek uit recente publicaties die laten zien dat de groeiende welvaartskloof betrekking heeft op alle Amerikanen, maar óók dat die lijkt op die tussen blank en zwart. Die oude neemt overtuigend af. De nieuwe lijkt even duurzaam en is gebaseerd op dezelfde oorzaken: Systemische opleidingsverschillen en -kansen. Toen wegens kleur, nu wegens armoede.]
--"What impedes his candidacy more than anything else is an excitement deficit. [ ...] They call him effective, not inspirational. They praise his competence, not his charisma. He doesn't exert any sort of gravitational pull on his party.", schrijft Bruni.
In dezelfde Sunday Review van NYT gaat Thomas Friedman in op de diepere achtergronden onder de titel We Need a Second Party. De Conservatieve Partij is 'radicaal' geworden. Wat we nodig hebben is een gezonde conservatieve partij. Nu is ze gevangen in harde ideologische tegenstellingen:
--"The party has let itself become the captive of conflicting ideological bases ... "
Met deze 'incoherent mix of hardened positions', kun je de wereldproblemen waar Amerika voor staat niet aanpakken, vindt Friedman. die altijd al een goed oog had voor de positie van Amerika in de wereld.
Een 'Derde Partij' zou het politieke systeem kunnen openbreken. Maar Friedman ziet dat voorlopig niet zitten. Hij denkt aan de oplossing die Bill Clinton in tachtiger jaren voorstelde toen de Democraten de verkiezingen grandioos verloren.
--"We need a Different Kind of Democrat", zei hij. Nu zou iemand moeten zeggen:
--"We need a Different Kind of Republican".
Dan zou de partij weer een echte conservatieve partij worden en niet de 'incoherent mix of hardened positions' van nu. Ook de Democraten zouden er wel bij varen, want ze zouden gezond tegenspel krijgen. Vandaar de titel We Need a Second Party.
Alleen een super-superverlies kan de geradicaliseerde conservatieven wakker schudden.
_________________________
THOMAS L. FRIEDMAN, We Need a Second Party, NYT, February 11, 2012
http://www.nytimes.com/2012/02/12/opinion/sunday/friedman-we-need-a-second-party.html
FRANK BRUNI, The Front-Runner’s Missing Magic, NYT, February 11, 2012
http://www.nytimes.com/2012/02/12/opinion/sunday/bruni-romneys-missing-magic.html
SABRINA TAVERNISE, Education Gap Grows Between Rich and Poor, Studies Say, NYT, February 9, 2012
http://www.nytimes.com/2012/02/10/education/education-gap-grows-between-rich-and-poor-studies-show.html
Iquique (Chili), Zaterdag, 11 Februari 2012
Vandaag geen column. Wel nieuwe reisbrieven. Nederlands en Spaans.
Iquique (Chili), Vrijdag, 10 Februari 2012
Naar aanleiding van mijn columns van gisteren en eergisteren over de geschiedenis van het pensioen stuurt Yvonne mij een mail over het 'pensioen' van de Inca:
--"Volgens mijn herinnering hadden die een systeem van verdeling van arbeid naar leeftijd. Zou je [dat] misschien ook kunnen beschouwen als pensioen", schrijft ze.
Ze put uit haar herinnering van jaren-en-jaren geleden toen ze zich een tijdlang verdiepte in Peru en de Inca, maar haar bronvermelding is alleen een recente scriptie met de volgende passage die echter
'helemaal klopt' met wat ze zich herinnert:
De Inca's moesten hard werken, iedereen hoe oud of jong ze ook waren, iedereen moest werken. Alleen de oudsten en de jongsten hoefden eigenlijk niet te werken. [...]. Van je geboorte t/m je 16de hoefde je niet te werken. Vanaf je 16de t/m je 20ste moest je licht werk doen. Van je 20ste t/m je 50ste deed je zwaar werk. En van je 50ste tot je 60ste deed je licht werk. Na je 60ste hoefde je niet meer te werken.
Inderdaad, na een bepaalde leeftijd 'vrijgesteld zijn' klopt precies met de ideologie van de pensioenregeling van Bismarck tot en met de huidige AOW. Heel verrassend! Maar er zijn nogal wat verschillen, met name het begrip 'werken' ligt in Europa anders.
Sinds ik deze streken bezoek, heb ik mij vaker verdiept in de Inca, en dat planmatige idee over 'werken' klopt met wat ik daarvan weet. De Inca-staat was namelijk heel streng centraal georganiseerd. Het was een geldloze maatschappij. Dat in tegenstelling tot de Azteken, de andere georganiseerde staat die de Spanjaarden aantroffen.
Bij de Azteken was de 'handelaar' het medium dat zorgde voor de 'regeling' van de economie. In vergelijking daarmee waren de Inca een centraal geplande moderne economie; géén belangrijke rol voor 'de handel'.
Nu nog bestuderen economen het netwerk van de Inca, waarvan het bewonderenswaardige wegennet maar een deel vormt. Het ging ook over grote strategische voorraden de her en der werden aangehouden en die bij hongersnood of andere calamiteiten van pas kwamen. De lokale Indiaanse gemeenschappen werden door de Inca intact gehouden, ze eisten alleen een [behoorlijke!] belasting in natura. Die gemeenschappen waren heel productief, omdat Indianen gemeenschapswerkers zijn. Toen de Spanjaarden ze op hun manier in plantages aan het werk zetten, mislukte dat, en toen moesten ze negerslaven uit Afrika aanvoeren.
Het prachtigste tegenvoorbeeld daarvan zijn de Misiones in Paraguay waarbij Jezuïeten die Indiaanse gemeenschappen intact lieten, en zodoende zó productief bleven dat de adel en de priesters in Lima er 'heel goed' van konden leven.
Kortom, hier botsten het westerse begrip 'werken' met het Indiaanse. Dat speelt een rol als we het Europese pensioenprobleem met 'langer doorwerken' proberen op te lossen. Wat heet 'werken'?
De mail van Yvonne genereert aldus een paar nadenkertjes voor het Europese pensioenprobleem.
_______________________
De scriptie met het citaat: http://www.regenboog-breukelen.nl/Inca_s_Werkstuk.PDF
A Network Analysis of Inka Roads, Administrative Centers, and Storage Facilities [uittreksel]:
http://economistsview.typepad.com/economistsview/2007/04/inca_economics.html
Economische vergelijking Inca Azteken:
http://apworld.wikispaces.com/Compare+the+Incas+and+Aztecs+in+terms+of+economic+exchanges
Iquique (Chili), Donderdag, 9 Februari 2012
Ik hoorde voor de eerste keer over het Romeinse pensioensysteem toen ten zuiden van Eindhoven, waar ik toen woonde, opgravingen werden gedaan langs de Limes, de grens van het Romeinse rijk daar in de buurt. Behalve dat er resten van nederzettingen werden gevonden, ging het mij vooral de afbakeningen van typische terreinen, herkenbaar op de huidige stafkaarten en kadastrale tekeningen, en zelfs zichtbaar in het veld. Dat was voor mij als fervent wandelaar natuurlijk hoogst interessant.
Het ging om lapjes grond van een bepaald formaat die langs de hele Limes, tot ver in Duitsland waren te vinden. Helaas zijn die afmetingen mij niet bijgebleven, en ik kan ze nu ook niet terugvinden. De Latijnse naam van die lapjes grond was pensus en ze waren toegekend als 'pensioen' aan Romeinse legionairs na 25 jaar dienst. Dat woord pensus, dat ook wel dagtaak betekende, zou de grondslag zijn van ons huidige woord 'pensioen', een dóórgaande, of eenmalige, betaling na een meerjarige arbeidsperiode. Dat was iets anders dan het 'soldij' dat periodiek werd uitgekeerd.
Dat 'pensus' was echter een innovatie binnen het Romeinse rijk zodat de Romeinen als 'uitvinder' van het pensioen moeten worden aangemerkt. De Romeinse soldaat had aanvankelijk helemaal geen 'pensioen'. Hij was een huursoldaat die zijn eigen uitrusting meebracht, daarvoor soldij kreeg, en na gedane plicht naar zijn dorp terugkeerde. Voor zover er in tijden van nood een zekere dienstplicht bestond, waren arme burgers vrijgesteld van dienstplicht, want ze konden hun uitrusting niet betalen, en zouden niet gemotiveerd zijn.
Om die reden kwamen die huurlingen vooral van het platteland, van de boeren, en konden na terugkomst hun brood weer verdienen in de huiselijke kring. Bepaalde demografische ontwikkelingen maakten echter dat dit systeem niet meer werkte. Er was wel voldoende 'volk' aanwezig, maar dat waren paupers in de steden. Rijke Romeinen vestigden zich op het platteland en boeren trokken naar de stad. Dat waren de paupers. Zodoende was het oude systeem niet langer houdbaar.
Rond 100 v.Chr. komt generaal Gaius Marius (157 - 86 v.Chr. ) met een grote hervorming: Het wordt een betaald beroepsleger waarin ook de allerarmste burgers dienst konden nemen, en er kwamen promotiemogelijkheden voor uitblinkende soldaten. De betaling werd echter aan het einde van de diensttijd van 25 jaar gedaan in de vorm van het grotendeels ingehouden soldij en een lapje grond, het pensus.
In de latere eeuwen zijn er nog andere legerhervormingen geweest, maar het idee van het 'pensus' bleef gehandhaafd. Zo werd o.a. een tijdlang het toewijzen van het pensus gekoppeld aan de kolonisatie van de veroverde gebieden, en ook werd het 'pensus' in geld uitbetaald.
Alles bij elkaar gezien, moeten we de Romeinen als uitvinder van de pensioencultuur beschouwen. Het was nog geen staatspensioen. Daarvoor moeten we wachten tot eind 19e eeuw, tot Bismarck. Maar het grondidee dat je als werkgever of maatschappij niet kunt beperken tot 'soldij' is geboren. Dat is de innovatie van Gaius Marius.
________________________
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gaius_Marius, http://nl.wikipedia.org/wiki/Romeins_legionair, http://nl.wikipedia.org/wiki/Romeins_leger, http://nl.wikipedia.org/wiki/Limes_(Romeinse_Rijk), http://en.wikipedia.org/wiki/Limes_Germanicus
Iquique (Chili), Woensdag, 8 Februari 2012
In mijn 'pensioenboek' wil ik een hoofdstuk wijden aan de geschiedenis van het pensioen. Dat is eigenlijk maar een heel korte geschiedenis, want 'ouderenzorg' was verweven met zorg voor zwakkeren en zieken. Wie nog kon werken, werkte 'gewoon'.
Maar het is wel belangrijk de kwaliteit van dat 'werken' in aanmerking te nemen. Het was aanvankelijk niet de 'slavenarbeid' die we van de Industriële Revolutie kennen.
Pas toen dat gebeurde, ging de schoen wringen, en aan het eind van de 19e eeuw werd een 'pensioenleeftijd' vastgesteld. Aanvankelijk 70 jaar, maar snel daarna 65, want het ging maar om 'anderhalf procent van de bevolking'. Dat werd wettelijk staatspensioen in 1889 in Duitsland op initiatief van Bismarck. Daarna volgenden andere landen: Als eerste in 1891 Denemarken, 1898 Nieuw Zeeland, 1900 België enzovoorts. Nederland, samen met Spanje, creëren de eerste wettelijke pensioenwetten met 'pensioenleeftijd' in 1919. Die wetgevingen waren uitsluitend voor loontrekkers. Zelfstandigen, althans een deel daarvan, hadden onderlinge fondsen die nog uit de tijd van de gilden stamden.
Voor een algemene pensioenwetgeving moeten we in NL wachten tot de 'noodwet-Drees' van 1947, die in 1957 werd vervangen door de AOW. Die gold óók voor zelfstandigen. Dáárin werd het magische getal 65 genoemd. Maar ging niet meer om 'anderhalf procent'.
Maar vóór die tijd werden 'zwakke ouderen' niet onderscheiden van 'zieken' en 'zwakzinnigen' Dat was al sinds de middeleeuwen zo, en steun was gebaseerd op barmhartigheid. Daardoor was het in handen van de kerken. Vanaf de 16e eeuw wordt het een verantwoordelijkheid in handen van het stadsbestuur, en ontstaan allerlei armenhuizen en hofjes die alléén steun verlenen als de familie niet daartoe in staat is.
'Zwakke ouderen' die nog tot enige arbeid in staat waren, werden ook wel uitbesteed. Dat was heel gebruikelijk in Nederland, België en Frankrijk. Dat hield in dat een 'particulier' de 'zwakke oudere' tegen betaling in zijn gezin
opnam en daar 'werkte' binnen zijn vermogen. De uitbesteding van deze ouderen was voor de Godshuizen de goedkoopste manier van onderstand.
Maar er waren nogal wat misstanden. Tegen het einde van de 19e eeuw trokken filantropen en sociaalvoelende kunstenaars van leer tegen de uitbesteding van ouderen. Een Antwerps dagblad schreef in 1883:
--"De bestedeling is onder alle opzicht een rampzalig wezen. Vraag het aan alle sukkels die het ondervonden hebben, wat het is overgeleverd te zijn aan den boer".
Ook het uitbesteden was een vernederend proces. Eens per jaar werden ze 'getoond' zodat kandidaat-kostgevers konden schatten welk profijt het kon opleveren door hun bestedeling aan het werk te zetten. Met een soort bieden en loven werd de prijs bepaald. De Nederlandse romancier August Snieders, [Bladel 1825-Borgerhout 1904], in zijn roman In 't Vervallen huis, omschreef de uitbesteding als een slavenmarkt van blanken, "en nog wel van machtelooze, kleine of afgeleefde en gebroken oude blanken".
________________________
Armenzorg en bejaardenzorg [voornamelijk Leiden]: www.ethesis.net/oud/oud.pdf
Geschiedenis van de armenzorg [voornamelijk Rotterdam]: http://www.engelfriet.net/Alie/Hans/armenzorg.htm
De uitbesteding: een slavenmarkt van oude, arme blanken
http://erfgoeddag.faronet.be/nieuws/de-uitbesteding-een-slavenmarkt-van-oude-arme-blanken
http://erfgoeddag.faronet.be/sites/default/files/zo_ziek_zo_oud.pdf
http://erfgoeddag.faronet.be/sites/default/files/zorg_voor_behoeftige_ouderen.pdf
Iquique (Chili), Dinsdag, 7 Februari 2012
Ik kreeg dit eenvoudige gedichtje van Robert Bly, geboren 1926, via A Poem A Day. Het is een wonderlijke man waarvan het de moeite loont iets over zijn levensgeschiedenis na te trekken. Hij behoorde bij schrijvers die tegen 'Vietnam' protesteerden, en was bij de grondleggers van de Mythopoetic Men's Movement, overeenkomend met wat in NL de toentertijd 'mannenpraatgroepen' heette, met verfrissende analyses van de maatschappij en van de gevolgen van de Industriële Revolutie.
Dit super eenvoudige gedicht lijkt meer aan te sluiten bij zijn belangstelling voor de Indiaanse cultuur, die hij heel huiselijk onder handbereik brengt met de slotvraag.
What Things Want
You have to let things
Occupy their own space.
This room is small,
But the green settee
Likes to be here.
The big marsh reeds,
Crowding out the slough,
Find the world good.
You have to let things
Be as they are.
Who knows which of us
Deserves the world more?
____________________
Robert Bly (born December 23, 1926) is an American poet, author, activist and leader of the Mythopoetic Men's Movement.
http://en.wikipedia.org/wiki/Robert_Bly en http://www.robertbly.com/
he "writes religious meditations for a public that is no longer ostensibly religious."
http://www.poemflow.com/1371 of http://www.poemflow.com/1371#
settee=canapé slough=modderpoel
Iquique (Chili), Maandag, 6 Februari 2012
Tegen mijn gewoonte, en zelfs tegen mijn 'plan', woon ik 'en famille', en ik logeer voorlopig bij Gabriela en Francisco als resultaat van een optelsom van alle (on)handigheden van de alternatieven. Ze hebben een jongetje dat in Augustus vijf moet worden. Dat formaat heb ik lange tijd niet meer van nabij meegemaakt. Dat is heel boeiend, met name het ingewikkelde leerproces van 'taal' en 'goede gewoonten' waar Rodrigo nu midden in zit. Bovendien is het een nogal rechtlijnig typetje, soms op het drammerige af, die een woord of een zin eindeloos blijft herhalen als hij zijn zin niet krijgt. Dan baal ik wel.
Maar gisteren bracht het 'samenwonen' heel nieuwe ervaringen. Ik ga wel vaker mee met de ouders als Rodrigo naar de speeltuin in de wijk gaat. Daar staan een paar eenvoudige toestellen, en er zijn meestal ook andere kinderen. Met een minimum aan afleiding kunnen we onze 'ouderlijke' kout voortzetten. Gisteren gingen we naar het strand, naar het gedeelte dat volgepropt staat met allerlei speeltoestellen, vanaf eenvoudige schommels en wippen tot ingewikkelde 'huizen' met kruiptunnels en roetsjbanen. En dan zijn er nog van die vierwielige motorfietsjes [met accu!] van plastic in de verhuur die al of niet onder ouderlijk toezicht door de koters worden bereden.
Alles bij elkaar moet je als 'ouders' goed opletten waar de koter blijft en wat die doet. Die apparaten zijn 'zogenaamd' inherent veilig, maar het onderhoud is niet altijd perfect. Maar wat mij het meeste boeide waren de ouders. Daar kon ik rustig mijn aandacht aan geven. Ik kon lekker street observer spelen. Jonge ouders natuurlijk, vanaf twintig soms, zo te zien. Hoe ze met hun koters omgaan. Heel moederlijk beschermend soms [ook door vaders] of ze 'bewust educatief' in de steek laten om ze te 'harden' [ook door moeders].
Die 'huizen' met kruiptunnels en roetsjbanen waren het meest interessant wat dat betreft. Daar stonden kleinere of grotere wachtrijen om binnen te komen. Daar zag ik allerlei vormen van concurrentie- en dominantiegedrag. En het mooiste was hoe ouders daarop inspeelden. Ik vond dat het aanleren van concurrentie en dominantie domineerde, maar ik vroeg mij af of dat typisch was voor deze cultuur of voor deze generatie.
Hoe dan ook, ik herinner mij dat niet van mijn eigen jeugd, en ook niet van de tijd van mijn vaderschap. Zou mijn verwondering te maken hebben met een cultuursprong? Een sprong naar een cultuur waar 'ieder voor zich' gaat domineren. Of was ik vroeger blind, en nu ziende? Wie weet?
Iquique (Chili), Zondag, 5 Februari 2012
Nadat ik Vrijdag over de zon had geschreven, die hier letterlijk recht boven je hoofd staat te branden, en na mijn reisbrief van gisteren over hetzelfde onderwerp, kreeg ik van Poem-A-Day een gedicht over wat je in Europa boven het hoofd hangt. Ik las vanmorgen in Le Monde dat de sneeuw al bijna tot Parijs reikt.
Ik zie het helemaal voor me: Een conifeer volgeladen met sneeuw, en een kraai die daar even lekker aan schudt als jij daar onder loopt. Inderdaad goed voor een "change of mood", zoals Robert Frost, --nomen est omen?--, schrijft.
Tja, en ik houd van korte gedichten. Hier is het.
Dust of Snow
The way a crow
Shook down on me
The dust of snow
From a hemlock tree
Has given my heart
A change of mood
And saved some part
Of a day I had rued.
________________________________
Robert Frost, Dust of Snow, http://www.poets.org/viewmedia.php/prmMID/22786
Iquique (Chili), Zaterdag, 4 Februari 2012
--"Ik zou mijn leven wel aan een ander willen overlaten, maar ja, aan wie?"
Deze uitspraak kwam mij voor de geest toen ik het onderstaande gedicht van Toon Tellegen las, maar ik kon mij de auteur niet meer met zekerheid herinneren. Was het Montaigne?
Ik struinde nog wat door mijn grijze cellen en op het internet, maar, helaas, ik moest het opgeven en mij beperken tot de fraaiheid van de weemoedige uitspraak zelf.
En die is niet gering. Denk je eens in. Je laat je leven over aan een ander en gaat in de kantlijn zitten kijken wat die ervan maakt.
Tellegen twijfelt nog. Hij wil de wereld aan een ander geven, of het met kleine zachtmoedige pasjes verlaten, zoals je de slaapkamer van een inslapende kleuter verlaat die je lang hebt getroost zodat die eindelijk rustig in slaap viel. Wat heb je zelf dan nog?
Of kan hij de deur naar de uitgang niet vinden?
Zal ik weggaan?
Zal ik verdrietig worden en weggaan?
Zal ik het leven eindelijk eens onbelangrijk vinden,
mijn schouders ophalen
en weggaan?
Zal ik de wereld neerzetten (of aan iemand anders geven), denken:
zo is het genoeg,
en weggaan?
Zal ik een deur zoeken,
en als er geen deur is: zal ik een deur maken,
hem voorzichtig opendoen
en weggaan - met kleine zachtmoedige passen?
Of zal ik blijven?
Zal ik blijven?
________________________________
uit: Alleen liefde, Toon Tellegen, Querido Amsterdam 2002
http://www.poezie-leestafel.info/toon-tellegen
Iquique (Chili), Vrijdag, 3 Februari 2012
De reisbrief van deze week zal gaan over 'verticale zon' het fenomeen in deze regio dat mij vanaf mijn eerste bezoeken fascineerde, en dat zo lastig 'sprekend' is te fotograferen. Voor die gelegenheid wilde ik nog eens precies weten hoeveel dagen na het vertrek vanaf de Steenbokskeerkring op 23 december de zon nodig heeft om precies boven Iquique te komen.
Daarvoor had ik mijn oude goniometrie nodig. "Krak-krak-krak", zeiden mijn hersens. Mijn soepele voorstellingsvermogen waarmee ik vroeger dat soort problemen oploste, liet het afweten. Mijn pogingen van de laatste dagen hadden het kennelijk tóch gestimuleerd, want vanmorgen kwam het opeens op gang, en ik kon de positie van zon met een elegante formule beschrijven.
P=sin(90-n)x23,65°
P is de breedtegraad waar de zon zich bevindt n dagen na vertrek. 23,65° is de positie van de Steenbokskeerkring op 23° 39' Zuid. Iquique ligt op 20° 13' Zuid.
De zon beweegt zich natuurlijk niet met een lineaire zigzag tussen de keerkringen. Ik kon gevoegelijk aannemen dat het volgens een soepele sinuscurve gaat, dus nogal langzaam de eerste dagen na het vertrek, en op volle snelheid bij het passeren van de evenaar na negentig dagen. Dan begint ook de lente in Europa, hier de herfst.
Mijn krakende hersens struikelden over de sinus die over 90 graden gaat, en de verplaatsing ook 90 dagen duurt. Maar dat leidde tenslotte tot een elegante formule, nietwaar?
Na precies 31 dagen staat de zon recht boven Iquique. Dat is op 23 Januari. De verplaatsing per dag is dan nog laag, 13 boogminuten per dag. Deze week, op 1 Februari, was de zon veertig dagen onderweg, en stond op 2° 6' Noord van Iquique.
De foto's in de reisbrief zijn van de week daarvóór. Kijk er maar naar uit.
Iquique (Chili), Donderdag, 2 Februari 2012
Het fragment uit Jean-Jacques Rousseau dat voor 'De kunst van het ouder worden' is gekozen, gaat over leren als ouder mens. Het is de derde van de tien 'wandelingen' die hij kort voor zijn dood schreef onder de titel Les Rêveries Du Promeneur Solitaire. Van Solon zou de uitspraak komen 'Je deviens vieux en apprenant toujours'. De Franse Wikipedia citeert die uitspraak, maar mogelijk is die apocrief.
Voor Rousseau is het een bron van verdriet. Hij wil leren als Solon, maar na zijn veertigste is het afgelopen. Hij wordt 66. Daarover gaat die derde 'wandeling'. Het zijn monologen waarin hij over zichzelf nadenkt.
Als hij over die regel van Solon nadenkt wordt hij heel treurig; " ... maar het is wel heel treurige kennis die de ervaring mij de laatste twintig jaar heeft bijgebracht. Men kan beter onwetend zijn. " ... mais c'est une bien triste science que celle que depuis vingt ans l'expérience m'a fait acquérir : l'ignorance est encore préférable."
Hij relateert de eventueel verworven kennis aan wat je er later mee doen kunt. Als je kennis op late leeftijd opdoet, heb je geen kans meer om er gebruik van te maken:
--"Waartoe zouden we nog leren onze wagen beter te besturen als we aan het eind van de renbaan zijn?". "Que sert d'apprendre à mieux conduire son char quand on est au bout de la carrière?"
Met dat soort overwegingen pijnigt hij zich. Hij memoreert dat hij tot zijn veertigste pogingen zou doen om te slagen in het leven: "Ik liet de wereld en haar ijdelheden achter mij, deed afstand van alle opsmuk: geen degen meer, geen horloge, geen witte kousen, vergulde versierselen ... "Je quittai le monde et ses pompes, je renonçai à toute parure ; plus d'épée, plus de montre, plus de bas blancs, de dorure, ... "
En dan voltrekt zich een grote omwenteling in hem. Het beperkt zich niet tot uiterlijkheden, en hij begint zijn innerlijk te onderwerpen aan een grondig onderzoek. Een andere geestelijke wereld onthult zich. Hij zag de absurditeit van de voortdurende behoefte aan literaire roem.
Maar hij ziet het niet als leren. Leren is voor hem een vat vullen, speciaal in de jeugd, om dat later, in de volwassenheid en ouderdom te gebruiken. Dat is het schoolse leren wat Montaigne al 200 jaar eerder 'la sotte chose' noemde als het ouderen betrof, zoals ik gisteren noteerde. Rousseau zit klem in zijn eigen ideeën. De onderwijzerswijsheid van leren als het vullen van een leeg vat, tegenover het aanwakkeren van een vonkje, is hem vreemd. Het ideaal van Solon is voor hem onbereikbaar:
--"Aldus gevangen binnen de nauwe grenzen van mijn vroeger verworven kennis, heb ik niet het geluk, zoals Solon, mij iedere dag als ik ouder word nog te kunnen ontwikkelen ...", mijmert hij.
--"Ainsi retenu dans l'étroite sphère de mes anciennes connaissances je n'ai pas, comme Solon, le bonheur de pouvoir m'instruire chaque jour en vieillissant, ... "
Tja, wat wil je? Als je ook zo'n schrale betekenis van 'leren' aanhangt ...
Het lijkt het hedendaagse schoolse onderwijs wel. Volpompen.
____________
Jean-Jacques Rousseau, LES RÊVERIES DU PROMENEUR SOLITAIRE, rousseau_reveries_promeneur_solitaire.pdf
downloaden van http://www.livrespourtous.com/e-books/view/Les-reveries-du-promeneur-solitaire.html
Iquique (Chili), Woensdag, 1 Februari 2012
Een van de thema's die fenomenologisch worden uitgediept in La Vieillesse door Simone de Beauvoir is het verschil van visie op het wereldbeeld zoals de oudere zijn realiteit beleeft, en wat de goegemeente ervan vindt. Beauvoir is niet de enige die deze discrepantie onder de loep neemt. In het boek van Dohmen en Baars lees ik enerzijds nogal wat van die stereotypen, maar ook beschrijvingen van binnenuit die een heel ander beeld geven. Ik haalde gisteren Montaigne aan als hij laconiek over zijn 'ziekten' schrijft hoe je ze beter hoffelijk dan grimmig kunt behandelen, want ze sterven een natuurlijke dood na een tijdje. Montaigne haalt nog een hoogbejaarde aan wie wordt gevraagd waarom hij nog studeerde. Eerder had Montaigne nog eens uitdrukkelijk geschreven dat:
--"Je [] nooit te oud [bent] om te leren, maar wel voor de schoolbanken: Het is al te dwaas als een oude man nog aan het alfabet begint!"
On peut continuer à tout temps l'estude, non pas l'escholage: La sotte chose, qu'un vieillard abecedaire!
Overigens is dat zo gek niet, want in het boek Ik doe het! wordt een indrukwekkend voorbeeld beschreven van een zestigjarige vrouw die al haar intelligentie had gestoken in het verbergen van haar analfabetisme en dan tóch de bal oppakt, en gaat leren lezen.
--"Zo we al willen studeren", vervolgt Montaigne, "laten we ons dan toeleggen op een studie die past bij onze omstandigheden, zodat we hetzelfde kunnen zeggen als de man wie gevraagd werd waarom hij zo hoogbejaard nog studeerde en die antwoordde: 'Om blijmoediger en als een beter mens te sterven'".
S'il faut estudier, estudions un estude sortable à nostre condition : afin que nous puissions respondre, comme celuy, à qui quand on demanda à quoy faire ces estudes en sa decrepitude : A m'en partir meilleur, et plus à mon aise, respondit-il.
Petrarca, in de brief aan zijn jongere vriend Boccaccio, gaat met veel verschillende argumenten in op het advies van Boccaccio dat hij maar eens moet stoppen met schrijven, want hij heeft genoeg roem vergaard. Maar 'genoeg roem vergaren' is zijn criterium niet. Integendeel. De lauwerkrans die hij ooit kreeg bezorgde hem veel afgunst en ontnam hem alle rust: 'Ik moest constant met opgeheven vaandel de barricaden beklimmen en me links en rechts tegen allerlei aanvallen verweren van vrienden die uit afgunst vijanden waren geworden'.
Hij analyseert de adviezen van Boccaccio die vindt dat hij afstand moet doen van zijn normale geestelijke activiteiten om op krachten te komen door de weldadige rust van het nietsdoen. Hij ervaart het helemaal anders:
--'Dit lezen en schrijven van mij, waarmee ik het volgens jou wat kalmer aan moet gaan doen, valt mij helemaal niet zwaar. Integendeel, het is een rustgevende ontspanning die mij alle ellende doet vergeten'.
En zo zijn we terug bij Montaigne. Waarom kon hij zo luchtig laconiek over zijn ziekten schrijven? Omdat hij een zinvolle bezigheid had met het overwegen en schrijven van zijn essays. Een zinvolle bezigheid. Daar gaat het om. Zinvolheid van de bezigheid zelve, niet van het resultaat daarvan, zoals de jongeren denken. Dáár zit 'm de kneep!
________________________
Franse citaten uit: Michel de MONTAIGNE, LES ESSAIS, Livre II, CHAPITRE XXVIII, Toutes choses ont leur saison
Version HTML d'après l'édition de 1595, http://www.bribes.org/trismegiste/montable.htm
NLse citaten van Montaigne: Dohmen en Baars, pag 141, 143 en 162. Voor 'Ik doe het!', zie Mijn Dagboek 5 December 2011
Iquique (Chili), Dinsdag, 31 Januari 2012
Ik lees het boek van Dohmen en Baars, De kunst van het ouder worden, met als ondertitel: De grote filosofen over de ouderdom. Het zijn geselecteerde fragmenten met als toelichting slechts een korte karakteristiek van de betrokken filosoof, en van de plaats van het gekozen fragment in diens hele werk.
Ik heb eerst een beetje zigzag gelezen, maar nu lees ik het voetje voor voetje, en ik ben op ruim een derde. Het zijn bijna 500 pagina's. Maar ik heb al een eerste indruk. Bij de klassieke filosofen tref ik gedecideerde indelingen van het mensenleven aan in vijf, zes of zeven tijdperken, maar altijd is de ouderdom afgang, ziekte en waardeloosheid. Ik krijg daarbij het gevoel van: "Don't bother me with facts, I have made up my mind already". Het zijn beschouwingen vanaf de buitenkant van de ouderdom.
Veel interessanter zijn de beschouwingen van filosofen die zelf in de ouderdom zitten.
Die geven een beschrijving van binnen uit. Daarvan tref ik ook voorbeelden. Cicero, bijvoorbeeld, is 83 als hij zijn essay Cato Maior De Senectute schrijft, en de brief van Petrarca aan zijn jongere vriend Boccaccio een jaar voor zijn dood. Boccaccio had hem namelijk geschreven dat hij de pen maar eens moest neerleggen en zich
gaan gedragen als een oude man die past in de voorstellingen van de buitenwereld daarover. Petrarca reageert kritisch, en legt hem precies uit hoe zijn wereld er van binnen uitziet, en hoe hij dat beleeft. Heel boeiend, en heel modern ook.
En dan is er Michel de Montaigne die het niet over 'de' ziektes van 'de' oude mensen heeft, maar over zijn eigen waarneming daarvan:
Ik heb gezien hoe verkoudheden, jichtaanvallen, buikloop, hartkloppingen, migraines oud in mij werden en een natuurlijke dood
stierven, en hoe andere ongesteldheden verdwenen toen ik mij er al min of meer bij had neergelegd dat ik er niet vanaf zou komen. Je bezweert ze eerder door hoffelijk dan door grimmig tegen ze te zijn. Je moet de wetten van je eigen natuur kalm verduren. Het ligt nu eenmaal in onze aard dat we ouder worden, verzwakken, ziek zijn, ondanks al het gedokter aan ons lijf. Dit is de eerste les die Mexicanen aan hun kinderen geven. Als zij uit de buik van de moeder komen, worden ze aldus begroet: 'Kind, je bent op de wereld gekomen om te verdragen: verdraag, lijd, en zwijg'.
Het is onjuist om te klagen als je iets is overkomen dat iedereen kan overkomen. [pag 163]
Ik heb er de oorspronkelijke tekst nog eens bij gehaald:
J'ay laissé envieillir et mourir en moy, de mort naturelle, des rheumes, defluxions goutteuses ; relaxation ; battement de coeur ; micraines ; et autres accidens, que j'ay perdu, quand je m'estois à demy formé à les nourrir. On les conjure mieux par courtoisie, que par braverie. Il faut souffrir doucement les loix de nostre condition : Nous sommes pour vieillir, pour affoiblir, pour estre malades, en despit de toute medecine. C'est la premiere leçon, que les Mexicains font à leurs enfans ; quand au partir du ventre des meres, ils les vont saluant, ainsin : Enfant, tu és venu au monde pour endurer : endure, souffre, et tais toy.
C'est injustice de se douloir qu'il soit advenu à quelqu'un, ce qui peut advenir à chacun.
__________________
Joep Dohmen & J. Baars, De kunst van het ouder worden, Ambo, Amsterdam, 2010, ISBN 9789026324116
http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/de-kunst-van-het-ouder-worden/1001004011232421/index.html
Michel de MONTAIGNE, LES ESSAIS, Livre III, Chapitre XIII, De l'experience
Version HTML d'après l'édition de 1595, http://www.bribes.org/trismegiste/montable.htm
Lees verder in Lopend Dagboek [141]. Het loopt van 1 tot (voorlopig) 22 februari 2012 en begint over ouder worden zoals dat fenomenologisch wordt uitgediept in La Vieillesse door Simone de Beauvoir. ... enzovoorts.
Lees verder in Dagboek 140. Het loopt van 1 tot 31 januari 2012 en begint op La Gomera met een voldane terugblik op het oude jaar en met verrassende emoties die op afscheid wijzen. Van wat? De maand eindigt in Iquique in Chili met een filosofische beschouwing over ouder worden. Om practisch te blijven heb ik enkele columns gewijd aan thema's die ik sowieso moet bestuderen voor mijn pensioenboek. Montaigne, Simone de Beauvoir en anderen komen zodoende aan het woord [2 4 7 12 18 31]. De reis naar Iquique komt vier keer voor het voetlicht [16 17 18 19], maar het is een semantische toevalligheid dat ik tijdens de verplaatsing Jan Verplaetse lees over over onze al of niet vrije wil [17 18]. Lokaal nieuws en lokale verkenningen, en het verjaardagspartijtje van mijn gastvrouw Gabriela komen vier keer aan de beurt [20 21 22 23]. Vier keer sla ik over [5 13 24 26]. Zes keer doe ik het in honderd woorden [9 12 14 19 20 21]. Vier keer zoek ik het bij de dichters [8 11 15 28] en één keer ben ik bij de volle maan en de sterren [9]. De typische Zuid-Amerikaanse cultuur komt aan de orde bij de cryptische naam voor een tussenmaaltijd en bij het probleem van de louter Europese oorsprong van de mythen die de grondslag van onze cultuur vormen [25 30]. De politiek van de grote wereld, het populisme en een wereldwijde graadmeter van social justice verschijnen vier keer [2 6 27 29].
Lees verder in Dagboek 139. Het loopt van 1 tot 31 December 2011 en begint boven de Atlantische Oceaan als ik terugreis van Sevilla waar ik met Ghislaine een paar vakantiedagen heb doorgebracht [1]. Drie keer doe ik het in 100 woorden [3 25 30] en negen keer sla ik over omdat ik Het Boek laat voorgaan boven mijn dagelijkse column [6 7 8 13 14 15 27 28 29]. Twee keer gaat het over mijn schrijfervaringen met Het Boek [5 9]. Twee keer zoek ik het ook bij de dichters [20 31]. Bij aankomst in San Sebastián zie ik voor de zoveelste keer roeiers starten voor hun oversteek van de Atlantische Oceaan, net als Columbus [2]. Ik zie het Ballet van Moskou met De Notenkraker [3], en maak ik een reuzegrote wandeling [4]. De relatie tussen toename van geweld bij klimaatveranderingen --en de algemene afname daarvan-- wordt belicht door een historicus [10], een socioloog [11] en een soldaat [23]. De financiële crisis komt aan de orde als die 'keihard' met methoden van de moderne fysica op de snijtafel wordt gelegd [16 17 18]. De moderne geschiedenis van Frankrijk komt aan de orde als ik ontdek dat Charles de Gaulle als 'storyteller' moet worden gekenschetst omdat hij de Résistance uitvond, als het Nazi-verleden van Frankrijk aan de orde komt, en als zichtbaar wordt hoe het klootjesvolk zich doodvocht in de loopgraven en de 'cultuur' van Parijs tot ongekende hoogte steeg in WOI [22 24 26]. De inkomenskloof is ook aan de orde als blijkt dat de feitelijke vergroting van de inkomenskloof wordt ontkend door Amerikanen die dat idee 'ongemakkelijk' vinden [19]. Een dergelijke tweespalt is ook te vinden in het hoge percentage dat gelooft in 'God en Hogere Macht', en het lage percentage dat zich tot enige religie rekent [12]. Aan de hand van een chanson van George Brassens rekenen wetenschappers uit dat Pietje de Dood met een snelheid van 2,95 km/uur komt aanlopen [21]. Zorg dat je hem voorblijft!
Lees nòg verder in Dagboek 138. Het loopt van 1 tot 30 November 2011 en begint met mijn eerste dag op La Gomera waar ik werd verrast door raadselachtige stroomuitvallen, en waar ik de andere dag werd verrast door de stilte, omdat het niet waaide, zoals gewoonlijk! [1 2]. De maand eindigt in Sevilla waar ik met Ghislaine een paar toeristische dagen beleefde [30]. Ik maak ook nog een 'flitsreis' naar Delft waar ik met mijn jaargenoten-van-toen vier dat we 60ste jaars zijn geworden. Het valt mij op dat ik mij 'winters' moet kleden [18 19 20]. Gedurende mijn verblijf in Sevilla besteed ik vijf keer 'toeristisch' aandacht aandacht aan de stad [24 26 28 29 30]. Ik ga zeven keer 'naar de dichters', waarbij ik twee keer wordt geïnspireerd door de dichter Gustavo Adolfo Bécquer waarnaar ons hotel is vernoemd [4 8 12 20 21 25 27]. Tien keer doe ik het in '100 woorden' en twee keer laat ik het afweten. Twee keer rapporteer ik ook over de 'pittige' wandelingen die ik herneem, waarbij ik alert blijf op de vervelende na-vermoeidheid die mij in Cessenon sur Orb parten had gespeeld. De crisis komt drie keer in het zoeklicht [9 11 17]. Onder 'gemengde onderwerpen' valt de cynische exploitatie van Michael Jackson door zijn familie [10], het 'culturele' nafluiten van vrouwen Spanje [5], het boek van Jaqueline Kelen over eenzaamheid [15], een wetenschappelijk onderzoek naar de ergernis bij filerijden [22], en een beschrijving van het Schröderhuis in Utrecht in een Spaanse krant [13].
En nòg verder in: de oudere dagboeken
Let op!
De dagboeken staan in de 'historische' volgorde, niet in de 'omgekeerde' zoals hierboven.
naar de top
terug eerste dagboekregel
|