Miquel
Costa i Llobera
(Pollença, 1854
– Ciutat de Mallorca, 1922)
DE
PIJNBOOM VAN FORMENTOR
DE PIJNBOOM VAN
FORMENTOR
Electus ut cedri
Een boom genegen is mij ‘t
hart! Hij laat de eik zijn kracht,
de oranjeboom in zijn groen,
de olijfboom zijn jaren
achter zich, en hij houdt
in zijn naalden de eeuwige dracht
van de lente, en vecht
tegen de vlagen, reus op de wacht,
die de stranden niet sparen.
Doorheen zijn naalden loent
nooit de bloem die in liefde gelooft,
en geen bron, hoe klein
ook, komt om in zijn schaduw te graven;
veeleer met de geuren gezalfd
werd hem het gewijde hoofd,
als troon werd hem ‘t woeste
gebergte, als bron de zee beloofd,
onmetelijk van gaven.
Als boven de golven en ginds
het goddelijk licht herrijst,
dan komt het lied van de
vogel zijn takken niet gelegen;
hij luistert hoe de arend
verheven boven de zee krijst,
of door de valk zijn reusachtige
vleugel, die zijn weg wijst,
voelt hij naalden bewegen.
Niet met aarde van deze
grond houdt hij zijn leven in stand;
de kracht van zijn wortel
kromt zich en haakt zich om rotsen;
hij ondergaat de regen,
rijp en wind, en van ‘t licht de brand;
zoals de oude profeet voelt
hij, met uitgestoken hand,
liefde des hemels klotsen.
Heerlijke boom! Van begenadiging
he levende beeld:
over oneindigheid waakt
hij, en heerst over de bergen;
hard is de aarde voor hem,
eer nog wordt de kroon hem gestreeld
door de hemel die hem vervoert;
bliksem noch storm, hem bedeeld,
zullen genot verbergen.
O, als de striemende vlagen
der winden maar loeien gaan,
en als dan schijnbaar tussen
het schuim zijn klip neer gaat storten,
dan lacht hij, en hoger
dan de golven houdt zijn zingen aan,
als overwinnaar en koning
schudt hij het haar en de waan
die wolken hem bekorten.
Over de bezoedelde aarde,
met ‘t hart dat je benijdt,
boom, zal ik ‘t heilig
pand van herinnering aan jou dragen.
Steeds heerser over de
hoogte, na overwinning en strijd,
zul je je voeden aan hemel
en zuiver licht... O, gewijd
leven, edel behagen!
Doorsteek de nevels! Opwaarts,
schonkige ziel, is ‘t dat je moet!
en wortelen in de hoogte,
als de boom op de klippen.
Van een woedende wereld
zul je de zee die je te voet
valt zien; rustig zweeft
jouw gezang, zoals de stormvogel doet,
op de winden hun lippen.
.
Translated
by Bob de Nijs
Bob DE
NIJS – Pere ROSSELLÓI
BOVER,
Het
poëtisch gelaat van de Balearen, Ed. Point, Altea, 2002.

|