Salvador
Espriu
(Santa Coloma de Farners,
1913 – Barcelona, 1985)
HET
GAAT NIET OP DE NAAM TE NOEMEN...
¯
HET GAAT NIET OP DE NAAM
TE NOEMEN...
He gaat niet op de naam
te noemen
van hem die in ons denkt
aan de andere kant van onze angst.
Als wij, op de tast, struikelen
over deze bevreemdende
blinde,
en wij voelen ons voortdurend
beloerd
door de witte en blinde
blik,
waar dan, tenzij in leegte
en niets,
laten wij ons leven neer?
Wij zullen het beproeven
om op zand
het gevaarlijke paleis
onzer dromen op te trekken,
en al die tijd, die der
vermoeienis,
de nederige les ondervinden,
want slechts zo zijn wij
vrij om te vechten
voor de laatste overwinning
op de angst.
Luister Sefarad: zijn kunnen
ze niet, mensen,
als ze niet vrij zijn.
Laat Sefarad weten dat
wij nooit kunnen zijn,
als wij niet vrij zijn.
Waarop de stem van gans
het volk invalt: “Amen.”
Translated
by Bob de Nijs
“De koele
hoeken en kanten van de schaduw”, Point, 19 (1990).
¯

|
|